9 september 2026
Nederlanders zijn goede spaarders. Misschien wel té goede spaarders. In het FD las ik een interessant interview met Marieke Blom, hoofdeconoom van ING. De strekking: Europeanen sparen veel, maar beleggen relatief weinig. Daarmee laten ze volgens haar niet alleen mogelijkheden voor vermogensopbouw liggen, maar blijft ook veel kapitaal buiten de economie.
Die constatering vind ik interessant. Niet omdat iedereen zijn spaargeld zou moeten beleggen. Een financiële buffer is belangrijk en beleggen brengt vanzelfsprekend risico’s met zich mee. Maar voor vermogen dat voor langere tijd niet nodig is, vind ik het de moeite waard om een andere vraag te stellen: Moet dat geld stilstaan, of kan het aan het werk?
Sparen voelt veilig, maar heeft ook een keerzijde
Sparen heeft een belangrijke functie. Het geeft zekerheid, liquiditeit en de mogelijkheid om onverwachte uitgaven op te vangen. Maar wanneer vermogen jarenlang op een spaarrekening blijft staan, is het de vraag wat dat vermogen daadwerkelijk oplevert.
ING wees er eerder al op dat Europese huishoudens relatief veel vermogen in deposito’s aanhouden. In Nederland was de verhouding tussen beleggingen in financiële waarden en bankdeposito’s in 2024 volgens ING zelfs relatief laag ten opzichte van verschillende andere Europese landen. Historisch liggen de rendementen op beleggingen gemiddeld hoger dan op deposito’s, al gaan daar vanzelfsprekend ook grotere risico’s en schommelingen mee gepaard.
Maar voor mij gaat deze discussie niet alleen over rendement.
Geld dat wordt geïnvesteerd, wordt productief. Het kan bedrijven helpen groeien, vastgoed mogelijk maken, woningen toevoegen, gebouwen verduurzamen en economische activiteit financieren.
Dat vind ik een belangrijk aspect van beleggen dat soms onderbelicht blijft. Vermogen hoeft niet alleen bewaard te worden. Het kan ook iets mogelijk maken.
Beleggen is iets anders dan handelen
Tegelijkertijd begrijp ik de terughoudendheid tegenover beleggen wel.
Beleggen wordt al snel geassocieerd met de beurs. Met groene en rode koersen op een scherm, scherpe koersdalingen, het juiste instapmoment proberen te vinden en de vraag of je vandaag moet kopen of juist verkopen.
In het FD-artikel wordt een opvallend cijfer genoemd: 42% van de ondervraagde Europeanen zou beleggen associëren met gokken in een casino.
Als dát je beeld van beleggen is, begrijp ik dat een spaarrekening aantrekkelijk voelt. Maar beleggen en speculeren zijn voor mij twee verschillende dingen.
Ik zie beleggen veel meer als het voor langere tijd beschikbaar stellen van kapitaal, met als doel dat vermogen mee te laten groeien met de economische waarde die met dat kapitaal wordt gecreëerd. Daar hoort een andere horizon bij.
Niet: wat doet mijn belegging vandaag? Maar: waarin investeer ik, waar moet het rendement vandaan komen en hoe kan deze investering zich over meerdere jaren ontwikkelen?
Een lange horizon verandert je perspectief
Dat betekent niet dat een langetermijnbelegging geen risico kent. Integendeel. Ook over een periode van vijf, zeven of tien jaar kunnen economische omstandigheden ingrijpend veranderen.
Rentes stijgen en dalen. Markten bewegen. Regelgeving verandert. Waarderingen kunnen tegenvallen. Een lange horizon neemt die risico’s niet weg. Maar hij verandert wel de manier waarop je ernaar kijkt.
Bij langetermijnbeleggen hoeft niet iedere beweging in de markt aanleiding te zijn om te handelen. Veel belangrijker is of de oorspronkelijke uitgangspunten van een belegging nog kloppen en of de onderliggende investering voldoende robuust is om verschillende marktomstandigheden te doorstaan.
Juist daarom geloof ik meer in consistente waardeontwikkeling over langere tijd dan in proberen te profiteren van bewegingen op korte termijn.
Waarom vastgoed daarbij past
Vastgoed vind ik vanuit die gedachte een interessante beleggingscategorie. Je investeert in een reëel, tastbaar actief. Het rendement is doorgaans niet uitsluitend afhankelijk van de prijs waarvoor iemand het vastgoed morgen wil kopen. Het kan gedurende de looptijd mede worden opgebouwd uit exploitatie en eventuele waardeontwikkeling.
Daarnaast wordt het geïnvesteerde vermogen daadwerkelijk ingezet. Er kunnen woningen mee worden gerealiseerd, bedrijfspanden worden ontwikkeld of bestaand vastgoed worden verbeterd en verduurzaamd.
Dat sluit aan bij hoe ik naar beleggen kijk: kapitaal voor langere tijd inzetten in iets dat economische waarde vertegenwoordigt en idealiter ook nieuwe waarde creëert.
Maar daar hoort direct een belangrijke kanttekening bij. Vastgoed is niet automatisch een goede belegging omdat het vastgoed is.
Een aantrekkelijk gebouw kan voor een te hoge prijs zijn aangekocht. Een goede locatie kan verkeerd zijn gefinancierd. Prognoses kunnen te optimistisch zijn en kosten kunnen worden onderschat.
Daarom is de keuze voor een beleggingscategorie pas het begin. Niet de waan van de dag, maar de kwaliteit van de belegging
Bij Reyersen van Buuren kijken we daarom verder dan de vraag of we woningen, kantoren of een andere categorie vastgoed interessant vinden. We willen weten wat er onder de motorkap zit. Wat wordt er precies aangekocht of ontwikkeld? Tegen welke prijs? Wie is de fondsaanbieder? Hoe is de financiering opgebouwd? Waar komen de inkomsten vandaan? Welke aannames worden gedaan over huur, kosten en toekomstige waarde? En misschien nog belangrijker: wat gebeurt er wanneer die aannames niet volledig uitkomen?
Dat is ook waarom we een groot deel van de vastgoedproposities die we aangeboden krijgen uiteindelijk niet selecteren.
Een lange beleggingshorizon is wat mij betreft geen reden om minder kritisch te zijn. Het tegenovergestelde is waar. Juist wanneer je geld voor langere tijd vastlegt, moet je vooraf goed begrijpen waar je in belegt.
Geld aan het werk
De discussie die Marieke Blom aanzwengelt, gaat wat mij betreft daarom over meer dan de tegenstelling tussen sparen en beleggen. Het gaat over hoe we naar vermogen kijken.
Natuurlijk moet niet iedere euro aan het werk. Geld dat op korte termijn nodig kan zijn, hoort niet thuis in een langlopende belegging. En wie belegt, moet zich bewust zijn van het risico dat rendementen kunnen tegenvallen en dat (een deel van) de inleg verloren kan gaan.
Maar vermogen dat voor langere tijd beschikbaar is, kan meer zijn dan een bedrag op een rekening. Het kan worden ingezet om economische activiteit mogelijk te maken en tegelijkertijd voor de belegger de mogelijkheid bieden om vermogen op te bouwen.
Dat is voor mij de essentie van beleggen: niet voortdurend handelen op basis van wat de markt vandaag doet, maar kapitaal bewust en voor langere tijd aan het werk zetten.
Vastgoed kan daar uitstekend bij passen. Niet ieder vastgoed. Niet iedere propositie. En zeker niet tegen iedere prijs. Maar wel zorgvuldig geselecteerde beleggingen waarbij rendement, risico en de onderliggende economische waarde in verhouding tot elkaar staan.
Over Jan Hein van der Kun
Jan Hein is partner bij Reyersen van Buuren en gespecialiseerd in vastgoedbeleggingen. Zijn achtergrond in vastgoedtaxaties bij CBRE en ervaring binnen investor relations geven hem een brede kijk op de markt, van waardering tot investeringsstrategie. Hij studeerde Business Administration aan Intercollege Business School in Amsterdam.